De push-back van solidariteit
Het huidige Europa is het resultaat van het proces van onderling geweld naar saamhorigheid, en dat heeft ons niet weinig opgeleverd. Degenen die solidariteit als zwakte zien, mogen dat niet vergeten.
Het werk van de Duits-Joodse socioloog Norbert Elias, die lessen trok uit werk van Erasmus over etiquette, is in Europese crisistijden zeer relevant.
De ziel van Europa wordt op de proef gesteld, meent Bart Sturtewagen in het redactioneel commentaar (DS 1 maart) als hij de tragedie in de Balkan beschouwt. Politicoloog Bilal Benyaich vlucht voor het manifest geworden racisme in Vlaanderen en gaat de diplomatie in (dS Weekblad 27 februari) . Hoogleraar huisartsgeneeskunde Jan De Maeseneer schrijft dat dokters in spe sterker gefocust zijn op de eigen carrière en de schuld van de patiënt, en minder altruïsme aan de dag leggen(DS 20 februari) . Het zijn slechts enkele opinies van de voorbije dagen die allemaal dezelfde grondstroom delen: er zit iets grondig scheef.
Nadenken over de ziel van Europa is nadenken over onze waarden en onze beschaving. Nu de grenzen van onze Europese geografische puzzel steeds meer samenvallen met de grenzen van onze moraliteit, zitten we stilaan op een scharniermoment. Alle gekunstelde praktische ingrepen, van muren, prikkeldraad en grenscontroles, lijken daarom ook een beschaving te demarqueren. Dat geeft schaamte bij sommigen en ijdele hoop bij anderen.
De etiquette van Erasmus
In een zoektocht naar wat die Europese ziel is, kom ik terecht bij de visie van de Duits-joodse socioloog Norbert Elias. Toen hij in 1933 voor de nazi’s uit Duitsland moest vluchten kwam hij uiteindelijk in Engeland terecht. Daar schreef hij in 1939 zijn magnum opus, Het civilisatieproces(Über den Prozess der Zivilisation). Een Jood die in Engeland een Duitstalig boek schrijft over de samenleving en dat in 1939: niet echt een succesrecept. Het werk had dan ook enkele decennia nodig om zijn weg te vinden. Vandaag is het meer dan ooit verhelderend.
Elias vraagt zich af waar solidariteit vandaan komt en plaatst dat in de Europese geschiedenis. Heel kort door de bocht: eerst is er geweld. Daarbij verslaat de ene ridder de andere. Daardoor komen steeds grotere gebieden onder controle van steeds machtiger lieden. Die hebben op den duur andere middelen dan geweld nodig om de leden van hun clubje met elkaar te verbinden. Een koning is aanvankelijk niet meer dan de meest succesvolle ridder. Maar schaalvergroting leidt uiteindelijk tot minder geweld en meer nood aan wellevende vormen van omgang met elkaar. Democratie is daarvan een uiting.
Als illustratie en startpunt van dat proces beschrijft Elias op geniale wijze de opkomst van etiquetteboeken. Die bestudeert hij maniakaal in de British Library. Een van die boeken is De civilitate morum puerilium van Erasmus, die er in 1530 veel succes mee heeft. Het boek krijgt veel navolging. Hij gebruikte het om de kinderen van zijn adellijke meesters op te voeden en ze in staat te stellen wellevend met elkaar om te gaan. Wat vandaag normale omgangsvormen zijn, als een tweede natuur ingebed in onszelf, is ooit aangeleerd en expliciet gemaakt met als doel op een ‘beschaafde’ manier met elkaar te kunnen omgaan. Het gaat van tafelmanieren tot vormen van groeten en spreken, respect betuigen en lichaamsverzorging. De etiquetteboeken blijven zeer populair tot in de 19de eeuw.
Die hoofse manieren van omgaan ontstonden bij een elite en werden door de tijd heen door hele groepen overgenomen, omdat ze er graag ‘bij wilden horen’. Het koninklijke hof gaf het voorbeeld. Doordat geweld een zaak van het leger werd, konden steeds grotere groepen vreedzaam met elkaar wedijveren en afhankelijker worden van elkaar. Vandaag zijn we als individu verbonden met duizenden anderen individuen, allemaal haast onzichtbaar afhankelijk van elkaar. Daarbij past een onpersoonlijke solidariteit tussen mensen die elkaar niet kennen, maar zichzelf dwingen te handelen vanuit die complexe verbondenheid. Wat zijn een globale economie of een systeem van sociale zekerheid of godbetert een Europese asielpolitiek anders dan uitingen van onpersoonlijke verbondenheid?
Het huidige Europa is het resultaat van dat historische proces van geweld naar verbondenheid. Het heeft ons welvaart en vrede gebracht. Hier en daar met een serieuze dip, maar altijd in dezelfde richting: meer solidariteit onder meer mensen. Dat is voor Elias ‘civilisatie’: het vermogen tot blinde solidariteit. Het heeft ons, dat moet duidelijk zijn, wonderbaarlijk ver gebracht.
Oppervlakkig egoïsme
Dat vermogen staat vandaag onder druk. Tegenkrachten winnen terrein en solidariteit wordt door sommigen als een zwakte gezien. Het salonfähige karakter van een ongenuanceerd en oppervlakkig egoïsme en etnocentrisme bij de (toekomstige) elite is stuitend. Zowel in de politiek als in andere leidende maatschappelijke sectoren mag het weer: ronduit voor zichzelf gaan, zeggen en schrijven dat we aan onszelf wel genoeg hebben. Zo ontstaat een push-back van mensen, waarden én solidariteit.
In Het civilisatieproces van Elias speelt de elite een belangrijke rol. Ze zijn het voorbeeld, de katalysator. Dat lijkt misschien een wat ouderwetse visie. Als vrijdenkend individu hebben we toch geen leiders nodig die ons zeggen wat te denken, zeker? Meester-demagogen, van Viktor Orban over Bart De Wever tot David Cameron, wijzen voor velen nochtans wel degelijk de uitverkoren weg. Ze definiëren tegelijk ook een manier waarop mensen met elkaar moeten omgaan. Dat leading by example kent gelukkig ook een andere zijde, eenzamer maar ook moediger. Wir schaffen das staat zo symbool voor méér beschaving, meer verbondenheid, hoopvol leiderschap, meer durf en geloof in de toekomst. Ik hoor het nog te weinig leiders zeggen.
Op het moment dat Elias aan zijn boek schreef, in het bij vluchtelingen toen al populaire Engeland, had hij geen idee van het succesvolle Europese naoorlogse project. Voor Elias zijn de natie en het nationalisme, met zijn populistisch-gewelddadige toon, slechts een fase. Laten we hopen dat hij gelijk heeft en dat Merkel de meest succesvolle ridder blijft.