De eeuw van de loser
In de VS, in Europa, België, Vlaanderen, ook in uw gemeente, zijn er grote groepen mensen die de brokken moeten lijmen en proberen waardig te overleven. Ik hoop dat we hen de komende decennia au sérieux nemen.
Bent u ook al eens versleten voor ‘loser’? Wat een vreselijk scheldwoord is dat. Ergens in de jaren 80 moet het hier zijn aangewaaid uit het land van de grote dromen. Als een beitel splitst het alle deelnemers in twee. De uitkomst van het spel levert winnaars op. En dus ook de anderen, de losers. Een loser ben je niet voor even. Verliezen wordt een kenmerk van wie je bent. Het kleeft onafwasbaar aan je buitenkant. Je bent het vleesgeworden verlies. Een loser genoemd worden: veel erger kan het niet zijn.
Maar de redding is nabij. Losers zijn sinds kort een electorale goudmijn. Op verlies kan je een succesvol politiek discours bouwen. Sommigen hebben clever begrepen dat verlies een grondstof is. Goed in de markt gezet word je er president van de Verenigde Staten mee.
Nu Donald Trump verkozen is, Marine Le Pen haar tegenstander kent en de Brexit ooit een feit zal zijn, rollen de achteraf-voorspellingen vlot van de band. Plots hadden veel experts het wél zien aankomen. Dat is op z’n zachtst gezegd niet erg geloofwaardig. Eerlijk: de zegezekere middenklassers hadden de losers niet zien komen. Ze wisten niet eens dat ze er nog waren. Ook de professionele pollsters hadden ze al weggegomd uit hun steekproef. Eerder dan verontwaardiging over een verkiezingsresultaat, zou dit ons zorgen moeten baren. Wij leven steeds meer in een absoluut gesegregeerde samenleving waarbij globale sociale ongelijkheid het mogelijk maakt dat enorme groepen van verliezers niet eens meer zichtbaar zijn voor de gelukkigen onder ons. Hoe kan dat?
Hip hip hoera!
Losers zijn sinds kort een electorale goudmijn: op verlies kan je een succesvol politiek discours bouwen
Laten we eerst nuanceren. Er zijn twee soorten losers. De eerste zijn de bewoners van de rust belt en alle gelijksoortige gebieden overal in de wereld. Grote groepen mensen wonen immers op de verkeerde plaatsen op aarde: daar waar het hip-hip-hoera! van de globalisering echoot op de tonen van de dodendans. Afgeschreven industrie en technologie met afgeschreven arbeiders als gevolg. Letterlijk aan de kostenzijde van de multinationale economie afgeboekt. Onzichtbaar gemaakt in een kapitalistische creditnota en zo herleid tot een voetnoot in een jaarverslag. Maar nog wel stemgerechtigd.
Ondanks de goednieuwsshow over de zegeningen van een globale wereldeconomie waar ‘iedereen uiteindelijk bij zal winnen’, schijnen er meer losers te zijn dan ooit. Die ogenschijnlijk zo robuuste samenleving, opgebouwd uit staal en hard werken, lijkt nu een fragiel glasraampje waar de ongure wind zo doorheen waait. Sommigen hebben écht te klagen, gaan erop achteruit en zien ook voor hun kinderen niet onmiddellijk beterschap. Ook in Europa, België, Vlaanderen en uw gemeente zijn er grote groepen die onzichtbaar de brokken proberen te lijmen en proberen waardig te overleven. Je ziet ze niet, maar ze zijn er wel. Vraag het eens aan sociaal werkers of politieagenten.
Verlies is relatief
Er is nog een loser die van zich laat horen en die van een heel ander type is. Terwijl belangrijke groepen objectief verliezen aan kwaliteit van leven en aan welvaart, kent verlies ook een belangrijke subjectieve zijde. De Amerikaanse socioloog Ronald Inglehart geeft met z’n World Value Studies al sinds 1981 een inkijk in veranderende waarden en ideeën in meer dan 80 landen. Een onderzoek uit 2003 geeft aan waar het om gaat. Daarin wordt verslag uitgebracht van een peiling uitgevoerd in het midden van de jaren 90 over het geluk van inwoners van 65 landen verspreid over alle continenten. Die jaren 90, weet u nog wel? Bill Clinton was president van de VS, zijn vrouw bijna, dankzij de economie waren er veel winnaars, in het Midden-Oosten was het relatief rustig en de Berlijnse Muur was weg. De Oost-Europese landen warmden zich op om lid te worden van de EU.
Tegelijk meet Inglehart daar zeer lage geluksscores. Objectief gaan velen er in Oost-Europa dan al op vooruit. Dat blijkt uit enkele economische parameters. Zonder uitzondering komen de ‘ongelukkigste’ landen in die periode allemaal uit het voormalig Oostblok. Op nationale schaal gemeten blijken inwoners uit pakweg de Filipijnen, Bangladesh en Pakistan veel contenter te zijn. Veel verklaringen passeerden de revue maar de ondertoon is vaak dezelfde. Als groei niet gelijk wordt verdeeld, zoals dat extreem het geval was in Oost-Europa na de val van de Muur, dan ontstaat er ongelijkheid die als verlies wordt aangevoeld. Ook al ga je er dan zelf misschien objectief op vooruit, als een ander de échte winnaar is, blijf je toch vooral een loser. Verlies is dus ook relatief. Kijk vandaag waar populistische krachten ‘verlies’ als nieuwe politieke grondstof omsmeden naar winst en je komt al snel in dezelfde regio’s terecht. Overgiet dat alles met een nationalistische saus en dien zo warm mogelijk op. Niet alleen in Oost-Europa slaat dit recept aan.
Met alle kracht
De 21ste eeuw wordt die van de loser. Maar hopelijk niet omdat we bij de pakken blijven neerzitten. Wél omdat we vanaf nu met alle kracht werken aan een hedendaags verhaal rond herverdeling en ongelijkheid, omdat we investeren in groei die betekenis heeft voor iedereen en omdat elke loser er één te veel is.